Sint-Remigius

GESCHIEDENIS
Wambeek is een zeer oude benaming; deze pagus (dorp) werd reeds in de 9de eeuw aangeduid. Diverse schrijfwijzen werden teruggevonden: Wambacem (877), Wambach (897), Wambecca cum ecclesia (1059), Wambeccha cum appendicio Nath (1112), Wambeca (1219), Wambeeck (Ferraris-kaart). Tot ver in de 11de eeuw bleef de abdij van Nijvel heer en meester in dit gebied. In 1111 treffen we hier de eerste maal een “van Wambeke” aan, namelijk Gosuinus. De eerste usurpator van Wambeek was Gerbodo, ridder van Wambeke, een heerschappij die einde 12de eeuw afbrokkelde. Later behoorde Wambeek tot het Hertogdom Brabant, de meierij van Rhode. Langs de hertogen van Brabant drongen de heren van Wezemael hier binnen. In de Rechtskeure van Wambeek (eerste helft 14de eeuw) worden de rechtsverhoudingen tussen de drie partijen geregeld, namelijk de hertogen van Brabant, de lokale heren van Wezemael en de abdij van Nijvel.
In het begin van de 14de eeuw treedt de familie ’t Serclaes van Brussel op de voorgrond. Met de Franse Revolutie verdween alle vorm van feodaliteit en leenstelsel en werd Wambeek ingelijfd bij het Departement van de Dijle. Door de fusie der gemeenten op 1 januari 1977 is Wambeek een deelgemeente van Ternat geworden. Onze deelgemeente Wambeek heeft ongeveer 2850 inwoners. Wat is de etymologische betekenis van “Wambeek"? De oudst bewoonde lokaliteiten waren vaak gelegen in valleien, naast en om waterlopen. Wat “beek” betekent , hoeft verder geen uitleg: het is een smal stromend water, dat nog overal doorwaadbaar is. “Wam” heeft te maken met de toestand van het water. Het woord stamt af van het Germaanse “wana”, wat “ontoereikend” betekent. Een “wana-beek” (Wambeek) is een beek met weinig debiet. De naam voor de beek werd ook de eigennaam van het dorp. (samenvatting uit: Wambeek, bijdragen tot de geschiedenis - 1993 - uitgegeven door Davidsfonds Wambeek).

Ontstaan v/d parochie Wambeek
Uit deze drie voorrechten kon de moederkerk een bron van inkomsten halen, namelijk de offergiften. De bezittingen van de abdij van Nijvel, waaronder die van de villa Wambeek, werden in drie oorkondes vermeld: oorkonde op 9 juli 877 opgesteld door Karel de Kale, oorkonde van 26 juli 897 van Koning Zwentibald, oorkonde van 966 afgeleverd door Otto I. In 1122 is er melding van een altaar (kerk) te Wambeek (bisschop Odon van Kamerijk). In de decanale visitaties vanaf de 16de eeuw worden regelmatig gegevens opgesomd over de parochie en de kerk te Wambeek. (samenvatting uit: Wambeek, bijdragen tot de geschiedenis - 1993 - uitgegeven door Davidsfonds Wambeek)

Bouwkundige geschiedenis
De Sint-Remigiuskerk werd in het dal gebouwd en staat op een hoogte van 34 m boven de zeespiegel. De huidige constructie dateert vanaf de 16de eeuw. De oudst gekende afbeelding dateert van 1709. Deze tekening toont ons de kerk na de heropbouw van het gotische koor (1673) en de toren, zonder hallenschip. Op het einde van de 18de eeuw (1774) werd een classicistisch hallenschip naar een ontwerp van architect Jan-Bernard Thibault toegevoegd, evenals de twee sacristieën aan het koor. Het hallenschip wordt door een mooie barokke westgevel afgesloten.
Op de westgevel bemerken we links en rechts van de ingangsdeur twee chronogrammen; tweemaal kunnen we de grote Romeine letters samentellen en we bekomen telkens het jaar 1774 (laatste verbouwing van de kerk).
Op 6 augustus 1776 werd de kerk ingewijd door kardinaal de Franckenberg. Tijdens de Franse Revolutie hebben de Wambekenaren hun eigen kerk ingekocht. In 1874 werd het gotische koor verrijkt met een eiken lambrizering gesneden door beeldhouwer Lathouwers, en voorstellende de 12 apostelen.

Afmetingen van de kerk
De totale hoogte van de kerk meet 53 m, het kruis inbegrepen. De totale lengte bedraagt 45,07 m. Het schip is aan de binnenzijde 16,35 m breed en de totale lengte aan de kruisbeuk is 24,36 m buitenzijde. De zijbeuken zijn aan de binnenkant 7m breed. De centrale hoge toren werd deels in Balegemse zandsteen en deels in baksteen opgetrokken. De torenspits is achthoekig. De bekleding ervan, alsook de daken van de kerk, is in natuurlei. Het torenkruis is 4,10 m hoog en 2,44 m breed. Een wenteltrap in het noordtransept geeft toegang tot de toren en de kerkzolders.

Inboedel
De Sint-Remigiuskerk heeft een rijke, artistieke inboedel en kunstschatten:
  • 5 grote schilderijen
    • Aanbidding der Driekoningen (1774, Jan van Cleef) in hoogkoor
    • Onze-Lieve-Vrouw overhandigt de Rozenkrans aan de H. Dominicus (1828, Ange François) in noordtransept
    • Doopsel van Clovis door H. Remigius (1725, van Helmont) in zuidtransept
    • Sint-Franciscus, Jezus en Maria (17de eeuw naar Rubens) in doopkapel
    • De Hemelvaart van Maria (1720, Victor Janssens) westgevel trap naar doksaal
  • 3 grote klokken in de toren: Jozefklok (1947), O.-L.-Vrouwklok (1947), Remigiusklok (1978), ter vervanging van de geroofde klokken op 12 juli 1943 en 19 januari 1944
  • glas in lood: Emmaüsgangers (1926, hoogkoor links), Bruiloft van Kana (1926, hoogkoor rechts)
  • Relieken en mooie voorwerpen in edelsmeedwerk, koper, tin en brons
  • doopvont met smeedijzeren galg (1775)
  • preekstoel (Lod. XVIde)
  • communiebank (18de eeuws)
  • lambrizering in hoogkoor en schip
  • Van Peteghemorgel uit 1804
  • Grafstenen (in en buiten de kerk)

De Sint-Remigiuskerk werd bij K.B dd 5/12/1962 als monument geklasseerd
Recente restauraties
  • 1974-1976: toren en daken van de kerk
  • 2008-2010: buitenzijde: noord-, zuid- en westgevel, inclusief het noord en het zuidtransept; binnenin restauratie van de lambrizering van het hallenschip en de transepten

Patroonheilige: Sint-Remigius
De patroonheilige van Wambeek is Sint-Remigius; zijn naamfeest wordt op 1 oktober gevierd. Attributen voor deze bisschop-missionaris zijn: bisschopsgewaden, mijter, staf of missiekruis en aan zijn voeten de duif met de ampule.
H. Remigius is de beschermheilige tegen hoofdpijn en andere kwalen.
Remigius, geboren in 435, afstammend van een nobele familie uit het land van Laon (Frankrijk), werd door zijn moeder Cilinia in “de vreeze Gods” opgevoed; na zijn studiën wenste hij “in de eenzaemheyd voor God alleen te leven”. Na de dood van Bennadius, aartsbisschop van Reims, werd Remigius in het jaar 457 met alle stemmen verkozen om de openstaande stoel van bisschop van Reims te bekleden.
“Den jongen bisschop bediende zyn ambt volkomenlyck; hy was zeer ieverig in het gebed, kloekmoedig in het waken, mild in almoezen uyt te deelen …”. Er werd geschreven dat bisschop Remigius het vuur van een grote brand die een derde van Reims in de vlammen zette, tegemoet ging en het door zijn gebed van de stad verdreef. H. Remigius was ook een groot prediker; zowel zijn welsprekendheid als zijn geleerdheid werd geprezen. Hij is een van de grondleggers van het christendom in Gallië.
Op kerstdag 499 doopte hij te Reims koning Clovis, na diens overwinning op de Alamannen te Keulen; Clovis was er de nederlaag nabij, voelde zich door zijn goden verlaten en in wanhoop richtte hij zich tot de God van Clothilde, zijn vrouw, met de bede : “tot U wil ik mij bekeren als ik in deze uitzichtloze strijd mag zegevieren”. Clovis won en hield zijn belofte gestand. Het doopsel van Clovis heeft een grote volksbekering bij de Franken tot stand gebracht.
H. Remigius stierf in 532 en omtrent het jaar 584 is “het heylig lichaem van Remigius gevonden geheel en ongehinderd alhoewel uytgedroogd”. De legende vertelt dat bisschop Remigius het H. Oliesel om te dopen niet bij zich had. Het is de H. Geest, in de gedaante van een witte duif, die hem de ampule met het H. Oliesel aanbracht.
Meerdere elementen in de kerk herinneren aan Sint-Remigius:
  • het Sint-Remigiusaltaar (rechterzijbeuk)
  • schilderij Het doopsel van Clovis
  • beelden van H. Remigius aan het Remigiusaltaar;
  • medaillon boven de preekstoel
  • ovalen medaillon in de lambrizering van de rechterzijbeuk
  • relikwie van H. Remigius
  • Sint-Remigiusklok (1978)
  • afbeeldingen van de H. Remigius op de achtlobbige ciborie, kandelaren en schaal
  • bidprentjes (1950, 1993) en bedevaartsvaantje (1992)
  • parochiezegel

Kapelletjes
Zoeken