Sint-Gertrudis

GESCHIEDENIS
Sinds wanneer er in Ternat een parochie is ontstaan is niet duidelijk. Zeker is dat de abdij van Nijvel de stichter is geweest. 

Toen Karel de Kale in 877 bepaalde welke plaatsen deel uitmaakten van de begiftiging der geestelijke goederengemeenschap van Nijvel werd Wambeek, waarvan Ternat deel uitmaakte, reeds aangeduid. Het ging om een kapel ter ere van Onze-Lieve- Vrouw. Lascabanne beweert dat de eerste kapel stond in “de Zwaluwput” ter hoogte van de huidige kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Vrede.

In 1112 vermeldde bisschop Odo ons als een appendix van Wambeek. Het is het eerste schriftelijk bewijs van kerkelijk leven in Ternat. In de kerk is de kapel in de Noorderlijke kruisbeuk – de zogenaamde t’ Serclaeskapel – het oudste gedeelte.
De wapenschilden van t’ Serclaes en een zeer oud fresco op de muur van het koor verwijzen naar die tijd.Honderd jaar later in 1268 zal Ternat een zelfstandige parochie worden. De eerste patroonheilige van de parochie was niet de H. Gertrudis, maar wel Onze-Lieve-Vrouw, zoals blijkt uit een testament van 1502 van Geerom De Leener, dat bewaard wordt in de archieven van de kerk, berustend bij het rijksarchief.De kerk is dan langzaam, naargelang de noodwendigheid, gebouwd en uitgebreid. Op de rib boven de preekstoel vinden we het jaartal 1627.

In 1692 werd de kerk bij een hevig onweer door de bliksem getroffen en gedeeltelijk vernield. Het dak en het koor brandden uit en de klokken smolten weg. De gelovigen met de pastoor hebben niets onverlet gelaten om de schade aan de kerk te herstellen. Niettemin zou de wederopbouw vijfentwintig jaar duren.

In de loop der tijden werd de kerk voorzien van prachtig meubilair: biechtstoelen (1758), een preekstoel (1779) en een lambrizering en orgel (1770). Vele van die meubels verdwenen onder de Franse Revolutie. Tussen 1818 en 1820 werden opnieuw belangrijke versieringen aangebracht. En bij het begin van de 20ste eeuwe werd een grondige restauratie aangevat onder leiding van architect Van Ysendijk.

DE BOUW
BOUWHISTORISCH OVERZICHT
In 1112 wordt Ternat vermeld in ‘Altare de Wambeccha cum appenditio Nath’. Meer dan 150 jaar later wordt Ternat verheven tot ‘parochie met kerk, toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw’. In 1381 koopt Everaert III T’Serclaes het ‘Land van Wambeke’ en wordt na zijn overlijden in 1388 begraven in de crypte onder het noordtransept van de kerk. Nadien, en tot 1554, worden wellicht nog meer overleden familieleden van dit Brussels riddergeslacht (‘Forfiter et fideliter’)in deze crypte bijgezet; de twee gewelfsleutels in het noordtransept verwijzen naar de familie T’Serclaes en de heerlijkheid Cruckerburg.
Midden 16 de E. kwam de familie de Fourneau in het bezit van de heerlijkheid Cruckenburg en begon met het uitbreiden van het oude kerkje met een koor; zij financierde in de volgende decennia mee de restauratie- en verfraaiingswerken aan de kerk. Eind 16 de E. werd een beeld van de H. Gertrudis verworven; in een van de daaropvolgende jaren (het exacte jaar is onbekend) werd de parochiekerk toegewijd aan de H. Gertrudis en werd ze een bedevaartsoord tegen besmettelijke ziekten.

In de 17 de E. werd de kerk uitgebreid met de bouw van een kerkschip, een zuidelijke zijbeuk, een zuidtransept (einde: 1627) en een toren met traptoren (einde: 1657). Van 1666 tot 1692 werd gebouwd aan een groot hoogkoor dat, door een blikseminslag op 2 augustus 1692, samen met het zuidtransept helemaal uitbrandde. De heropbouw duurde bijna 20 jaar.

Uit de 2 de helft van de 18 de E. dateren het 1 ste Van-Peteghem-orgel (1772), de preekstoel (1779) en de aangebouwde sacristie (1779). Na plunderingen ten tijde van de Franse revolutie werd in het 2 de en 3 de kwart van de 19 de E. de modernisering voortgezet met o.a. een kerkhorloge (1836), 4 nieuwe bronzen torenklokken (1857) en de 14 schilderijen van de kruisweg (1860). In 1874 laten de graaf en de gravin van Cruckenburg in de westgevel van de toren een nieuw glasraam plaatsen, ontworpen door H. Dobbelaere (dit is het bovenste deel van het huidige raam).
In de jaren 1892 tot 1905 komt er een ingrijpende verbouwing en restauratie van het exterieur en interieur o.l.v. de architecten J.J. en M. Van Ysendijck en pastoor E. Lascabanne: afschaffing van de begraafplaats rond de kerk; restauratie van de toren, met constructie van een balustrade en een gaanderij; ten noorden van het hoogkoor, tegenover de sacristie, wordt een ruimte bijgebouwd: berging op het gelijkvloers en plaats voor een nieuw Van- Bever-orgel op de verdieping; afbraak van de zolder in de toren zodat het stergewelf zichtbaar is en het glasraam in de westgevel kan vergroot worden naar onder (met de 4 musicerende engelen); bepleistering van de binnenkant van de muren zodat gebeitelde blokken witsteen geïmiteerd worden (‘simili’); nieuwe bevloering in gepolijste Doornikse steen; verfraaiing van de zuidelijke ingang; de doopkapel wordt verplaatst naar de noordelijke zijbeuk en krijgt een verhoogde vloer, een smeedijzeren hekwerk en een nieuwe doopvont; een nieuw hoofdaltaar, nieuwe zijaltaren, nieuwe glasramen met spitsbogen (ontwerp van J. Dobbelaere en J. Casier), 2 tochtportalen, 2 biechtstoelen, 2 communiebanken, 2 kerkmeesterbanken, de koperen arendlezenaar en diverse kleinere stukken kerkmeubilair.
Het kerkgebouw werd aldus gerenoveerd tot een neogotisch totaalkunstwerk.

In 1938 werd de kerk beschermd als monument. Er werd een centrale verwarmingsinstallatie geplaatst (1937), 3 nieuwe torenklokken geïnstalleerd (1953) (het kleine gravinneklokje uit 1857 werd in de 2 de wereldoorlog niet geroofd), 5 nieuwe glasramen in de zijbeuken (ontwerp en uitvoering door M. Nevens) (1975).

Sinds 1998 is een nieuwe restauratiecampagne aan de gang o.l.v. architecten L. De Backer en V. Nys, die ook het ‘Beheersplan van de Sint-Gertrudiskerk’ hebben opgemaakt (2019) waar deze info vandaan komt; dit plan (met een uitgebreide bouwhistorische nota) is raadpleegbaar op https://plannen.onroerenderfgoed.be onder nummer 973.
Het cultuurhistorisch patrimonium van de kerk is raadpleegbaar op https://erfgoedplus.be , collectie 23086A01.

PATROONHEILIGE
De Heilige Sint Gertrudis
De H. Gertrudis werd geboren in 626. Zij was de dochter van de hofmeier Pepijn de Oudere van Landen, in de tijd van koning Dagobert. Haar moeder was de heilige Iduberga (Itta). Bij de dood van haar vader in 640 stichtte Iduberga een klooster voor zich en haar dochter, onder aanmoediging van de heilige bisschop Amandus. Na de dood van haar moeder in 652 werd Gertrudis abdis, later opgevolgd door haar nicht Vulfedrudis.

Schrift, kennis en naastenliefde worden van haar overgeleverd. Uit Rome liet ze boeken komen; uit Ierland monniken (o.a. Ultanus en Follianus, die een glasraam hebben in het koor van de kerk) voor schriftuitleg. Haar zus was de heilige abdis Begga van Andenne.

Een merkwaardig feit wordt aan haar toegeschreven: In 669, na haar dood, brak brand uit in het klooster te Nijvel. Gertrudis verscheen er op het dak en bluste de brand. Vanuit de hemel strooiden engelen rozen naar beneden. Haar feestdag was vroeger 17 maart. Na het Tweede Vaticaans Concilie werd deze verschoven naar 12 februari.

De Heilige Gertrudis werd aanroepen tegen ratten- en muizenplagen; vandaar dat zij altijd wordt afgebeeld met ratten die op haar staf lopen.

Haar beeld in de kerk van Ternat is 16de eeuws Mechels snijwerk en wordt toegeschreven aan de “meester met de Davidsster”.




Sint)Jozefkapel, Opalfene 

KAPEL SINT-JOZEF te Opalfene

Een van de oudste kapellen in onze parochie is de kapel van Sint-Jozef te Opalfene. Pastoor Lascabanne schrijft in zijn geschiedenis: “We kunnen het juiste tijdstip niet geven harer oprichting, nochtans zij moet zeer vroeg bestaan hebben; hare oprichting wordt volgens de traditie aan eenen der slotheren van Ternat toegeëigend.”
In 1673 schonk de genaamde juffrouw Catharina De Nayer in haar testament aan de kapel een jaarlijkse rente van 12 rijnsgulden om daar alle weken een gelezen mis te doen.

In 1682 bezette Zuster Elisabeth Huijbrechts een vrome stichting van negen rijnsgulden en vijf stuijvers om jaarlijks alle weken een gelezen mis ter ere van de H. Jozef te doen.

In 1695 wordt de kapel vernoemd in een akte.

In 1777 was de bouw in verval en dreigde in te storten. De toenmalige pastoor Bercklaer kreeg toelating om de kapel af te breken. Op die plaats werd een boom geplant en men hing er een houten kapel aan.
In 1865 werd de kapel heropgebouwd. Niet op dezelfde plek maar op een andere plaats even verderop. De kapel werd ook kleiner gemaakt. En op de maandag van Opalfene kermis in oktober werd er een mis opgedragen tot begin de jaren negentig. Sindsdien is de kapel open voor het publiek en wordt er in de meimaand de paternoster gebeden.

De kapel is nu weer bouwvallig. 
De kerkfabriek bekijkt met een architect wat er kan gebeuren om de kapel te redden.

Onze-Lieve-Vrouwkapel - Sempst

KAPEL ONZE-LIEVE-VROUW VAN VREDE (SEMPST)

Pastoor Bosteels beloofde een kapel te bouwen te Sempst bij het begin van de oorlog (22 december 1940) opdat Ternat gespaard zou blijven van vreselijk onheil tijdens de oorlog. Te meer daar in de buurt een Duits kamp werd gebouwd. Zes jaar lang (mei 1940 tot maart 1946) werden boeteprocessies gehouden. Op 20 juli 1947 vroeg hij toelating aan de gemeente om deze kapel te mogen zetten op een stukje grond van de familie Wambacq-Mergan in de Terlindenstraat. Met deze familie werd trouwens een akte getekend op 1 oktober 1948 waarin staat dat “op een hoekje grond van ongeveer negentig centiaren oppervlakte toelating werd gegeven om een kapel te bouwen”.

Eveneens op 20 juli werd aan het ministerie van Wederopbouw toelating gevraagd “inzake gebruik van materialen”. Op 2 november 1947 werden de toelatingen bekomen. Als architect duidde de pastoor G.G. Van Offeren uit Gent aan. Lodewijk Frans Steenput werd de aannemer. Albert De Geyndt zorgde voor de schrijnwerkerij en Frans Crabbe verzorgde de beplanting. Allemaal mensen uit Ternat. Alles samen voor de prijs van 82.211,60 frank.Van verschillende zijden mocht de pastoor giften ontvangen. Met Vlaamse kermissen en andere activiteiten had de kerkfabriek ook een spaarpotje aangelegd. En zo beschikte men over 117.676,95 fr. Er bleef genoeg over om te zorgen voor een mooi beeld. Dat werd gemaakt door Gust Van der Meersche in witte steen voor de som van 14.125fr.
De plechtige inzegening gebeurde op zondag 25 juli 1948.
H. Theresia Van LisieuxKapel, Neeralfene

KAPEL VAN DE H. THERESIA VAN LISIEUX (NEERALFENE -Donkerstraat)

Deze kapel werd gebouwd in de Donkerstraat door de echtgenoten Ceuppens- Pauwels in 1933 als belofte voor de wonderbare genezing van de Heer E. Ceuppens.
Ze werd eigendom van de Kerkfabriek.
In 1985 werd dank zij een gift van Alice De Marie de kapel gerestaureerd en tevens de glasramen hersteld.
Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes-kapel, Sempst

 KAPEL VAN ONZE-LIEVE-VROUW VAN LOURDES (TERLINDEN-PANGAARDENSTRAAT)

Kapel opgericht door de familie. Ze is nu eigendom van de familie Rufin Van de Cruys Mariette De Mesmaecker.
Zoeken